Groepsleiding moet eigen eten meenemen naar groep


Samen (hetzelfde) eten op de groep juist zo belangrijk voor sociale interactie

Stel, je woont in een jeugdzorginstelling en het is etenstijd. Je zit gezellig met de groep en de groepsleiding aan tafel. De groep krijgt eten uit de centrale keuken, vaak het eenvoudige menu, de groepsleiding heeft een lekker maaltje van thuis meegenomen. Een maaltje dat er niet alleen heel lekker uit ziet maar ook nog eens heel lekker ruikt. Eigenlijk zou je wel willen ruilen. Maar dat mag niet. Jij moet ‘eten wat de pot schaft’, geeft de groepsleiding aan …

“Het is eigenlijk een verkapte bezuinigingsmaatregel”, geeft Jeroen van Lieshout, vertrouwenspersoon Jeugd, aan. “Je ziet het steeds vaker op de groepen in de instellingen. De groepsleiding eet niet meer mee met de groep maar moet voor de eigen maaltijd zorgen. En dat is bijzonder, het eten op de instellingen komt meestal uit een centrale keuken en is nou niet bepaald haute cuisine. Als jij als groepsleider dan met je lekker maaltje van thuis, de jongeren moet aanspreken op het leeg eten van hun bordje, is dat niet pedagogisch verantwoord.”

Sociale interactie

“Daarnaast is samen eten ontzettend belangrijk voor de sociale interactie op een groep”, legt Jeroen verder uit. “Dat begint al bij het koken. In een paar instellingen werken ze met zogenaamde ‘kookmoeders’. Dat zijn vrijwilligers die op de groep komen koken. De sociale interactie begint al daar in de keuken. Meebeslissen over wat er die avond gegeten gaat worden. Meehelpen snijden, in de pan roeren, de lekkere geuren ruiken. Het met elkaar praten over wat je wel en wat je niet lekker vindt om te eten. De jongeren krijgen hiermee het proces rond het koken en samen eten mee, eigenlijk net zoals je zou krijgen als je thuis woont bij je ouders. Maar helaas krijgen de meeste groepen hun eten uit de centrale keuken.”

Meer ‘kookmoeders’

Jeroen merkt ook op dat het niet mee eten van de groepsleiding ook een soort van klassenverschil bloot legt: “Zo voelt het voor de jongeren wel. De leiding mag wel zelf kiezen wat ze eet, de jongeren niet en dan worden ze er ook nog op aangesproken dat ze op moeten eten wat er op hun bord ligt. Dat voelt niet goed.” Jeroen pleit voor meer ‘kookmoeders’ op groepen en het weer laten mee eten van de groepsleiding: “Voor het meebeleven van het proces rond het koken, voor de gezelligheid aan tafel (je eet wat je lekker vindt en zo niet dan morgen wel), voor het pedagogisch aspect en voor de gezondheid. Ik denk dat je het samen eten op de groep veel positiever kunt benutten. Ik hoop dat instellingen dit ook snel zullen inzien.”