Toegenomen kwetsbaarheid van de oudere generatie voor financieel misbruik


Samenwerken als kracht tegen financieel misbruik

Financieel misbruik van ouderen is helaas niet nieuw. In 2019 bleek het de meest gerapporteerde vorm van ouderenmishandeling te zijn. Het is echt nodig om de steeds groter wordende kwetsbare doelgroep beter voor te lichten en in bescherming te nemen. Een antwoord hierop is de oprichting van lokale allianties ‘Veilig financieel ouder worden’ waar organisaties zich gezamenlijk tegen financieel misbruik inzetten.

Anita van Leeuwen had een gesprek met Oscar Balkenende, directeur van het Nationaal Registratie Instituut (NRI) BV én initiatiefnemer van lokale allianties ‘Veilig financieel ouder worden’. Hij legt een duidelijk verband tussen demografische gegevens, maatschappelijke ontwikkelingen en de toegenomen kwetsbaarheid van de oudere generatie voor financieel misbruik.

Door: Anita van Leeuwen

Demografische en maatschappelijke ontwikkelingen

Na de Tweede Wereldoorlog werden er veel kinderen geboren, de zogenaamde babyboomgeneratie. De gevolgen van deze geboortegolf waren verreikend: bomvolle lagere scholen in de jaren vijftig, een grote toestroom naar de arbeidsmarkt en het hoger onderwijs in de jaren zestig, grote bouwinspanningen in de jaren zeventig en een verhoogde instroom van 65-jarigen vanaf 2011. Zie ook de schematische weergave van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Iets eerder vanaf 2007 startte de Nederlandse regering met haar nieuwe plannen op het gebied van ondersteuning van burgers. Met de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) kwam er een nieuw hoofdstuk in de beleidsgeschiedenis van het sociaal werk. De wet is er op gericht burgers voortdurend op eigen vermogens en eigen kracht aan te spreken. Hen te stimuleren om zelf in beweging te komen. Om mensen in verbinding te brengen met mogelijkheden en gezonde sociale netwerken. Daarom is de Wmo omschreven als een participatiewet.

Oscar Balkenende

Beperkte mogelijkheden

Oscar: “Maar het bleek dat de mogelijkheden met deze wet voor sommige 65-plussers beperkt waren. Deze generatie is opgevoed met de ideeën van de verzorgingsmaatschappij. De maatschappij werd echter juist steeds individualistischer. En tegelijkertijd vielen sociale netwerken, zoals kerken, weg. Voor veel van deze ouderen was de uitvoering van deze participatiewet dan ook te laat. Ze hadden zich er niet op kunnen voorbereiden en zagen geen mogelijkheden om gevolg te geven aan de nieuwe ontwikkelingen. Het was een oproep van de overheid waar ze niet aan konden voldoen. De wet werd uitgevoerd zonder de consequenties voor deze groep te overzien. Dat had de nodige gevolgen. Deze ouderen vielen en vallen tussen wal en schip. Helaas zien we in de praktijk dat mensen hier misbruik van maken. Ze ‘helpen’ ouderen met verkeerde intenties.”

Mensen met verkeerde intenties

Dat ontdekte Oscar in zijn werk ook. Hij had te maken met nalatenschappen van ouderen die niet tot afwikkeling kwamen. Niemand wilde de erfenis op zich nemen. In dat geval komt zo’n nalatenschap bij het Ministerie van Financiën terecht. Vanuit zijn bedrijf NRI inventariseert Oscar deze nalatenschappen. En toen viel er iets op. Veel van deze ouderen waren tijdens hun leven al zo financieel uitgekleed dat het nalatenschap voor niemand meer interessant was. Oscar: “Ik heb dit fenomeen toen aangekaart bij het ministerie Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), omdat ontsporing van zorg rond 2011 bij dit ministerie een belangrijk thema werd. Maar de financiële component bij ontsporing van de zorg werd toen nog niet onderkend.”

“Vaak blijkt er sprake te zijn van financieel misbruik door de directe omgeving van de oudere, zoals familie.”

Lees hieronder verder

Zorgverleners voelen zich machteloos

Oscar: “Sindsdien zijn er steeds meer zorgverleners die er tijdens hun werk achter komen dat ouderen financiële problemen hebben. De zorgverleners willen er wel wat aandoen, maar kunnen het niet en hebben het gevoel met de rug tegen de muur te staan. Ze voelen zich handelingsonbekwaam. Het is ook niet hun vakgebied. Dat geeft een onmachtig gevoel. Vaak blijkt er sprake te zijn van financieel misbruik door de directe omgeving van de oudere, zoals familie. En onderwijl laten de grafieken van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zien dat er nog een hele groep ouderen aankomt waarvan mensen in de gevarenzone dreigen te komen. Het gaat daarbij niet alleen om financieel misbruik. Vaak gaat dat samen met intimidatie, verwaarlozing en/of lichamelijke mishandeling. Dat leidt tot angst en verminderde zelfredzaamheid bij de oudere. Een vicieuze cirkel waar de oudere zelf niet uitkomt. Een onprettig leven. Dat moeten we zien te voorkomen. Iedereen moet veilig oud kunnen worden.”

Voorlichting en elkaar versterken

Oscar “Dit betekent dat we deze aanstormende groep ouderen veel beter moeten informeren zodat hun welvaart en welzijn gehandhaafd kan blijven. En dat kun je regelen. Bijvoorbeeld door voorlichting te geven aan ouderen. Om ze bewust te maken dat het belangrijk is financiële zaken op tijd goed te regelen. En hoe ze dit kunnen doen. Maar ook door (semi-)professionals te helpen en toe te rusten. Daar heb je niet alleen professionals uit de zorg voor nodig, maar juist ook professionals uit de zakelijke wereld, zoals banken, notarissen en politie. Zij kunnen elkaar met hun kennis verder helpen, ondersteunen en versterken. Het is daarbij belangrijk dat ze weten wat ze voor elkaar kunnen betekenen, elkaar weten te vinden en elkaars expertise kunnen inzetten. Samen casussen kunnen bespreken en toewerken naar mogelijke oplossingen. Daar leert elke professional van. Het draagt eraan bij dat ouderen weer gelukkiger kunnen zijn en niet met enorme spanningen zitten. En het maakt een professional van handelingsonbekwaam bekwaam!”

Actieplan en allianties

Het aankaarten van de signalen bij het ministerie van VWS bleef niet zonder resultaat. Van 2013 tot 2015 werd het Actieplan ‘Ouderen in veilige handen’ uitgevoerd. Hierbij is actief gewerkt aan het voorkomen en zo vroeg mogelijk signaleren en stoppen van ouderenmishandeling. In 2015 is de landelijke Brede Alliantie ‘Veilig financieel ouder worden’ opgericht, met als doel de integrale aanpak verder te ontwikkelen op lokaal, regionaal en landelijk niveau. Daarbij wordt ingezet op het voorkomen, signaleren, melden en stoppen van financieel misbruik. Leden van de Brede Alliantie zijn de vertegenwoordigers van de landelijke organisaties en instanties waarvan de leden nauw betrokken zijn bij het welzijn en welbevinden van kwetsbare mensen en ouderen in het bijzonder.

Samenwerking

Oscar noemt het voorbeeld van een maatschappelijk werkster: “Zij kwam op huisbezoek bij een alleenstaande oudere man met de ziekte van Parkinson en suikerziekte. En hij had een hondje. Waar zou zo iemand zich dan zorgen over maken? Eigenlijk kun je dat wel bedenken. Een professional moet hierover het gesprek durven aangaan. Uitleggen wat de mogelijkheden zijn en hem in contact brengen met bijvoorbeeld een mentor. Dan ziet iemand weer perspectieven en kan daarmee de eigen regie in handen nemen. Binnen een alliantie heb je collega’s met specifieke kennis die je daarbij als professional direct kunnen ondersteunen. Want de lijntjes zijn kort. De maatschappelijk werkster die deel uitmaakte van zo’n alliantie kon daarom heel handelingsbekwaam te werk gaan. Ze bracht de man in contact met een bewindvoerder. En de oudere man had daarna minder zorgen. Die samenwerking, dat is nu precies het doel van de lokale allianties ‘Veilig financieel ouder worden’.”

“Een professional moet het gesprek durven aangaan. Uitleggen wat de mogelijkheden zijn en ouderen in contact brengen met bijvoorbeeld een mentor. Dan ziet iemand weer perspectieven en kan hij of zij daarmee de eigen regie in handen nemen. ”